Bij Autisme is er sprake van een andere informatieverwerking; informatie komt veelal gefragmenteerd binnen (Centrale Coherentie theorie). Dit heeft tot gevolg dat veel mensen met Autisme enerzijds een sterk oog voor detail hebben en anderzijds moeite kunnen hebben met het behouden van overzicht.
Overprikkeling
Door deze andere manier van informatie verwerken is de kans op overprikkeling vergroot; het brein krijgt eerder een teveel aan informatie binnen en kan dit niet verwerken. De reactie op overprikkeling verschilt per persoon, dit kan zich onder andere uiten in de vorm van een woedeaanval, paniek, verstijven en huilbuien.
Onderprikkeling
Een tekort aan prikkels kan op zijn beurt echter leiden tot onderprikkeling; je wordt niet voldoende gestimuleerd om in actie te komen. Dit maakt het lastiger om aan taken te beginnen en kan passiviteit veroorzaken, vaak met somberheid als gevolg.
Hoe pak je dit aan?
Wanneer je regelmatig last ervaart van onder- en/of overprikkeling kunnen wij hier in de therapie mee werken. Dit kunnen wij doen door allereerst te leren eerder te registreren wanneer je overprikkeld raakt. Bijvoorbeeld door te onderzoeken welke lichamelijke sensaties je hierbij kunt opmerken, of andere veranderingen die duiden op over- of onderprikkeling. Vervolgens kunnen we samen op zoek naar manieren om hier anders mee om te gaan. Hierbij kun je denken aan rust inbouwen, leren om meer voor je behoeften en grenzen op te komen, anders plannen en acceptatie vergroten.
